En alweer is een luchtvaartmaatschappij omgevallen. Een aantal weken geleden was het de beurt aan Monarch airlines. Alhoewel ze niet actief waren in Nederland, denk ik dat iedereen die wel eens per vliegtuig naar een van de landen rondom de Middellandse zee is gevlogen een vliegtuig van deze oer Britse maatschappij is tegengekomen, met de kenmerkende gele en zwarte belettering. Monarch kon de race to the bottom niet meer aan en is inmiddels failliet. Nog niet zo lang daarvoor was ook Air Berlin het haasje, toen de stroom oliedollars van de Golfstaat geldschieter Etihad opdroogde en deze niet kon worden gepareerd met voldoende inkomsten ten opzichte van de kosten. Sowieso rommelt het flink in luchtvaartland. Ook Ryanair was de laatste tijd nogal eens in het nieuws omdat het personeel de ‘gespaarde vakantiedagen’ verplicht diende op te nemen met veel annuleringen tot gevolg. (Overigens een geslepen marketingspin van Ryanair topman O’Leary want er wordt gefluisterd dat de werkelijke reden van de annuleringen is dat er gaten in het schema ontstaan omdat personeel overstapt naar andere maatschappijen vanwege betere arbeidsvoorwaarden en meer salaris). De race to the bottom kent dus behoorlijk wat uitvallers als ware het een Renault motor in een Formule 1 race.

Deze maatschappijen hebben gemeen dat er keuzes gemaakt zijn, namelijk het bedienen van de reiziger die zo goedkoop mogelijk wil vliegen, vooral naar vakantiebestemmingen of voor stedentripjes. In Europa is dit concept geïntroduceerd door Ryanair en heeft zo’n hoge vlucht genomen dat de industrie er niet meer omheen kan. Wie wil er nou niet voor 30 euro naar Mallorca? Maar blijkbaar is het focussen op zo goedkoop mogelijke tickets geen voorwaarde voor voortbestaan en wordt het verschil vooral gemaakt door te focussen op kostenbeheersing. Hoe beter de kosten onder controle des te groter de overlevingskans. Schaalgrootte als scherprechter, immers hoe groter de schaal des te meer kostenvoordeel des te meer kans om te overleven.

Een trend die ik ook zie in zorgland. Fusies zijn nog steeds aan de orde van de dag. Komend van meer dan 150 ziekenhuizen zijn er nu een kleine 80 over. En het lijkt erop dat de trend nog niet is gestopt. Met de schaalvergroting komt ook de onvermijdelijke kostenbeheersing en ‘consolidatie van business operations’ (of hoe het in management jargon ook mag heten).

Ondertussen zijn de zorgverzekeraars al weer erg actief om te laten zien dat zij de meest lage zorgpremie hebben en dat je bij hun de beste zorg kan kiezen. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de permanente staat van onrust die er is over de hoogte van de zorgpremie en het eigen risico. Helemaal niet raar; de patiënt wil zoveel mogelijk zorg tegen een zo goedkoop mogelijk prijskaartje.

Deze constatering levert bij mij wel enig ongemak op. Betekent dit dat we in zorgland dezelfde toekomst tegemoet gaan als nu te zien is in luchtvaartland? Gaan we zo dadelijk ook de keuze krijgen tussen ‘low cost carriers’ en een meer premium segment voor de zorg die we nodig hebben? Heb ik die keuze als patiënt überhaupt wel? En wat betekent dit voor de instelling zelf? Kan ik alle patiënten blijven bedienen of zal ik keuzes moeten maken? Wat drijft deze keuze? Kosten? En, hou ik mijn personeel tevreden?

 Ik zie het somber in. Zolang we geen antwoord kunnen vinden op de vicieuze cirkel van almaar stijgende kosten ten opzichte van de permanente druk om de zorg betaalbaar te houden voorzie ik dat er onvermijdelijke keuzes worden gemaakt ondanks alle focus op keuzevrijheid en patiëntgerichtheid die we met zijn allen bewieroken.

Of, ligt het antwoord juist in het maken van keuzes op het gebied van welke patiëntgroep je bedient als zorginstelling? Of is dit een no go vanwege de onvermijdelijke dilemma’s die dit met zich meebrengt?

Deel dit bericht:

Facebook
LinkedIn
Twitter
WhatsApp